Algemeen

Wijkgemeente Open Hof is één van de drie wijkgemeenten van de Gereformeerde Kerk Kampen.  De wijkgemeente is genoemd naar het kerkgebouw op Lelystraat 49 dat sinds oktober 1972 in gebruik is. De wijkgemeente telt ongeveer 850 leden. De wijk omvat de nieuwbouw die ten westen van de Europa-Allee ligt en wordt in het noorden begrensd door de Flevoweg en de Buitenbroeksweg. De mensen die in deze wijk wonen, komen uit Kampen en alle delen van Nederland. Sinds augustus 2003 is ds. M.L.Eigenhuis hier predikant.

Met ingang van november 2008 is de wijkgemeente een samenwerkingsverband aangegaan met hervormde wijkgemeente Open Hof en met wijkgemeente Burgwalkerk. Hervormde wijkgemeente Open Hof is één van de vijf hervormde wijkgemeenten en kerkt eveneens in het gebouw Open Hof. Wijkgemeente Burgwalkerk is de gereformeerde wijkgemeente in de binnenstad van Kampen. De kerkenraden van deze drie wijken dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de erediensten en proberen waar mogelijk tot verdere samenwerking te komen.

Gereformeerde wijkgemeente Open Hof is een open gemeente waarin ruimte is voor ieders geloofsvragen en geloofsbeleving. Ze hecht aan een goede liturgische vormgeving van de dienst. Belangrijk is ook het beleven van de gemeenschap en het omzien naar elkaar. De eenheid is te vinden in Hem die wij belijden als de Heer: Jezus Christus.

Avondmaal

In 'Open Hof' vinden de Avondmaalsvieringen zo veel mogelijk op dezelfde zondagen plaats als de vieringen in de Burgwalkerk. De ene keer zal de viering in beide ochtenddiensten aan tafel plaatsvinden en de andere keer in beide ochtenddiensten lopend: om en om. Twee keer per jaar is er op de zondag waarop het Avondmaal wordt gevierd ook een avonddienst met een viering in de vorm van een staande kring voorin de kerk.Bij het lopende Avondmaal loopt de gemeente naar voren om brood en beker te ontvangen uit de hand van de predikant en ambtsdragers. Wie niet goed kan lopen of staan, kan dit vóór de dienst laten weten aan de dienstdoende ambtsdragers; brood en beker wor­den u dan op uw plaats gebracht.Bij de zittende viering neemt de gemeente aan het begin van de dienst eerst plaats op de stoelen die op de verhogingen in de kerkzaal staan. Tijdens de viering van de maaltijd van de Heer, gaat de gemeente tegelijk aan tafel. Op uitnodiging van de diakenen lopen de gemeenteleden naar de tafels die op het liturgisch centrum en in de kuil van de kerkzaal staan.Wie niet goed kan lopen of staan, kan het beste van te voren op een stoel bij de stenen balustrade gaan zitten. Ook de balustrade is als Avondmaalstafel klaargemaakt. De gemeenteleden geven het brood en de wijn (er wordt druivensap gebruikt) aan elkaar door.In de Stille Week wordt in de avonddienst op Witte Donderdag en in de Paaswake op zaterdag ook het Avondmaal gevierd. Op Witte Donderdag in de vorm van een staande kringviering en in de Paaswake in de vorm van een lopende viering.In onze wijkgemeente zijn kinderen welkom aan de tafel van de Heer. Op een zondag waarop er lopend Avondmaal is, kan dit in beide ochtenddiensten. Op een zondag waarop er zittend Avondmaal is, moeten de ouders die samen met de kinderen aan het Avondmaal willen deelnemen even goed opletten en van te voren de kerkbode nauwkeurig lezen. Op deze zondag komen de kinderen in één van beide diensten voor de Avondmaalsviering terug in de kerk. In de andere ochtendviering komen de kinderen na de Avondmaalsviering terug in de kerk.In de kerkbode staat duidelijk aangegeven in welke dienst de kinderen voor en na de Avondmaalsviering terugkomen. 

(Huis)catechese

Weet je welkom in huiscatechese, de Kring 16+ of in de belijdeniskring!

Als je deel wilt namen aan catechisaties dien je jezelf op te geven. Heb je dat al gedaan? Dat kun je doen bij de predikant (Leon Eigenhuis). De volgende kringen zijn er:·

  • Huiscatechese
    Ben je 12, 13, 14 of 15 jaar? Dan is er voor jou huiscatechese! Dat is: samen met leeftijdgenoten in een groepje praten over het geloof. Dat gebeurt bij iemand thuis: de huiscatecheet.Dit jaar is het thema ‘Ontmoetingen’. We ‘ontmoeten’ aan de hand van videobeelden o.a. Kaïn, Mirjam, Jona en Petrus. Hoe hebben zij geleefd, hoe hebben zij geloofd? Wat waren hun vragen en dilemma’s? En helpen hun keuzes ook ons om een weg te vinden?
    De huiscatechese begint in de eerste week van oktober. Je kunt een voorkeur opgeven voor maandag of dinsdag. Doe het direct! Mail het even naar de predikant (ds. Leon Eigenhuis: mleigenhuis[at]tele2.nl). Bij hem kun je ook meer informatie krijgen. Graag tot ziens!
  • Kring 16+
    Ben je (bijna) 16 jaar of ouder? En je wilt samen met leeftijdgenoten je verder verdiepen in de boodschap van de Bijbel, weten wat waarheid is, al je vragen kunnen stellen? Kom naar de kring 16+. Je kunt kiezen tussen een maandagavond of dinsdagavond van 19.00-19.45 uur. Beide avonden is hetzelfde onderwerp aan de orde. Ook in deze kring ‘ontmoeten’ we Bijbelse personen via videomateriaal, maar op jouw leeftijd heb je heel andere vragen dan toen je net van de basisschool kwam. Stel die vragen in de kring! Je zult merken dat je er niet alleen in bent. We beginnen meestal in de eerste week van oktober in één van de zalen van het Open Hof. De kringen worden geleid door de predikanten ds. Bart Gijsbertsen (op maandag) en ds. Leon Eigenhuis (op dinsdag). Weet je van harte welkom. Het is wel de bedoeling dat je je zelf opgeeft via een mailbericht (ds. M.L. Eigenhuis: mleigenhuis[at]tele2.nl).
  • Belijdeniskring
    En nu wil je het echt en serieus weten! En daar intensief mee bezig zijn. Nou, kom dan naar de belijdeniskring. Ook dit seizoen gaan we weer op weg met zoekende jongeren (maar ook ouderen zijn welkom!). Of je nu al belijdenis deed of overweegt dat te doen of het nog helemaal niet weet: meld je aan! Onderwerpen die aan de orde komen: wat is de zin van het leven? Hoe zou je de Bijbel moeten lezen? Hoe zit het met geloof en wetenschap? Wat is eigenlijk Kerk en Doop? Wie is JHWH en hoe verhoudt Hij zich tot andere goden? En wie is de Messias? Wat is de rol van Israël in de wereldgeschiedenis? Hoe moet je bidden? Wat doet de Heilige Geest? Enzovoort, enzovoort. Natuurlijk gaan we ook in op je eigen vragen. Ook bij deze kring is de eerste bijeenkomst meestal gepland in de eerste week van oktober om 20.00 uur in het Open Hof. Stuur even een mailtje naar de predikant (ds. M.L. Eigenhuis: mleigenhuis[at]tele2.nl) of je erbij hoopt te zijn. Zij zullen deze kring samen leiden en dus ook onderling kunnen stoeien over alle thema’s. Stoei, speel en spel met hen mee! (www.pknkampen.nl) 

Commissie ZWO

Commissie voor Zending, Werelddiaconaat en Ontwikkelingssamenwerking

De ZWO-commissie heeft als doel de wereld van veraf dichterbij te brengen.In onze wereld leven veel mensen in armoede, vaak verstoken van veel essentiële levensbehoeften zoals (goede) medische voorzieningen, scholing, (schoon) drinkwater.
Het geld dat de ZWO-commissie via collecten, giften en de actie Kerkbalans binnen krijgt wordt besteed aan de projecten van Kerkinactie, verdeeld over de verschillende aandachtsgebieden. Kerkinactie steunt heel veel projecten in ontwikkelingslanden. Die projecten verschillen vaak van karakter. Zo zijn er zendings-, (wereld)diaconale- en ontwikkelingsprojecten.
Daarnaast hebben wij ons vanaf 2008 verbonden aan Kerkinactie Interactief: gedurende 3 jaar hebben we CARDS (Community and Rural Development Society), een vereniging voor de ontwikkeling van plattelands gemeenschappen en het  CGC (Child Guidance Centre), een begeleidingscentrum voor kinderen, gedeeltelijk financieel geadopteerd.De ZWO-commissie heeft als taak al deze facetten van haar werk voortdurend onder de aandacht te brengen. Via de kerkbode, (door middel van folders voor) ZWO-zondagen, acties voor een speciaal doel, het verkopen van de Missie/Zendingskalender en via het missionair en diaconaal tijdschrift 'Vandaar'.De commissie vergadert ongeveer zes keer per jaar. We verwelkomen graag nieuwe leden.

Kinderen in de knel
De ZWO-commissie zet zich ook in voor 'Kinderen in de knel'. Deze organisatie steunt kinderen die vaak over het hoofd worden gezien, zoals oorlogskinderen, vluchtelingkinderen, straatkinderen, kinderen in de prostitutie, werkende kinderen en kinderen in gevangenschap.De kerken die samen 'Kinderen in de knel' hebben opgericht, zien het als een roeping om deze kinderen zicht op een betere toekomst te bieden. 'Kinderen in de knel' geeft daarom financiële steun aan ongeveer 90 projecten in ontwikkelingslanden. In deze projecten staan de eigenwaarde en verantwoordelijkheid van de kinderen voorop.Hoe komen we aan geld?- door donateurs te werven; zie de folders in de kerken (lectuurtafels);- door zelfgemaakte kaarten te verkopen;- door te sparen: de huiscatechese-groepen en scholen.
Meer informatie bij Anneke Abma-de Jong.

Samenstelling commissie ZWO

Voorzitter
vacant
Secretaris  Tjerk Dijkstra
Penningmeester  vacant
Adviseur  vacant
Leden  Anneke Abma
   Jeanet van Bentum
   Lidy Boom
   Henny Westra
   Jacobine Batenburg-Rotteveel

Diaconaat

In de onderstaande beleidsnotitie van het College van Diakenen van de Gereformeerde Kerk te Kampen wordt aardig weergegeven wat de diaconie is en wat haar taken zijn. Voor alle vragen en noden van uzelf en van bekenden kunt u bij uw diaken terecht. Hij of zij zal zeker moeite doen u te helpen uw weg te vinden in het land van de hulpverlening of door in samenspraak met u daadwerkelijke hulp te regelen.

Uitgangspunt
Diaconia, dienst, is het wezen van de kerk. Diaconia bepaalt grondstructuur en grondhouding van de gemeente, gehalte en gestalte van het kerkzijn. De gemeente is diaconale gemeente of zij is geen gemeente van Christus (meer).De kerk is als lichaam van Christus voor anderen daar: zij is er om te dienen, niet om te heersen (Mattheüs 20:28). Alle geledingen van de kerk dragen ertoe bij dat de leden van de gemeente worden toegerust tot dienstbetoon en zo komt het tot opbouw van de gemeente als lichaam van Christus (Efeze 4:11-12). Haar identiteit komt tot stand in haar dienst. Zij wordt wat zij is, in de dienst aan haar Heer, in de dienst van de leden aan elkaar en in de dienst aan de samenleving en de wereld.

Context
Het is niet vanzelfsprekend in de huidige situatie een diaconale gemeente te zijn. Al te gemakke-lijk dreigt de aandacht gericht te zijn op onze verworvenheden, op het houden wat wij hebben en het blijven waar wij zijn. Want het aantal leden neemt af, kerkleden raken minder betrokken en haken af, de kerk vergrijst en in de samenleving is de kerk tot een randverschijnsel geworden. Het gevaar is daarom groot dat de kerk zich op zichzelf terugtrekt, de blik naar binnen richt en de dienst binnen en buiten de kerk veronachtzaamt. Voor de opbouw van de gemeente is ook in deze situatie nadruk op het diaconale wezen van de kerk noodzakelijk. Daarom moet alle inspanning gericht zijn op versterking van het diaconale gehalte en de diaconale gestalte van de kerk. De opbouw van de gemeente vloeit daaruit voort.

Taakstelling College van Diakenen

  • Het College van Diakenen treedt op namens de gemeente, uit wie de diakenen geroepen zijn tot hun bijzondere dienst. Alle activiteiten en werkzaamheden van het College vloeien voort uit de dienst waartoe de gemeente is geroepen.
  • Het College van Diakenen zet zich in voor het behouden en aanwakkeren van het diaconale bewustzijn van de gemeente. Alle activiteiten zijn erop gericht te bereiken dat de gemeente overeenkomstig haar wezen diaconale gemeente is en blijft. Door voorlichting en eigen voorbeeld gaan de diakenen de gemeente voor op de diaconale weg. In de eredienst bepaalt de diaconale voorbede de gemeente elke zondag bij haar diaconale roeping.
  • De Wijkraden van Diakenen geven in hun wijk verdere uitwerking aan de diaconale gestalte en het diaconale gehalte van de gemeente. Zij vormen de uitvalsbasis voor de diakenen die in die wijk werkzaam zijn.
  • In het ambtelijke werk binnen de gemeente bevorderen de afzonderlijke diakenen dat de leden van de gemeente naar elkaar omzien.
  • Zij zoeken actief naar diaconale hulpvragen en nemen de drempels (ook van de schaamte) weg voor wie op de dienst van anderen is aangewezen.
  • Naar buiten toe presenteren de diakenen de dienstknechtgestalte van de kerk ten opzichte van de eigen samenleving en de wereld. Zij dragen bij aan het welzijn van alle burgers van Kampen die in nood zijn. Zij voeren (samen met de Commissie ZWO) actie voor de noden in de samenleving en de wereld.

Activiteiten

  • Gericht op de samenleving
    • Vreemdelingendiaconaat: bezinning en activiteiten gecoördineerd via de speciale diaken.
    • Sociale zekerheid, maatschappelijke dienstverlening en armoedebeleid: kritisch volgen van het gemeentelijk beleid, met speciale aandacht voor de ouderen; actief speuren naar blijken van armoede en behoefte aan hulp in de stad; samenwerking met De Arme Kant van Kampen en de voedselbank; samenwerking met andere diaconieën met het oog op de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning).
    • Directe steun in noodsituaties van Kamper burgers via het samen met de Rooms-Katholieke Kerk ingestelde Hulpfonds voor de Minima.
    • Aandacht en (financiële) steun voor de voedselbank te Kampen.
    • Organisatie (in samenwerking met de Hervormde Gemeente) van een sociale informatiemarkt voor alle diakenen in de burgerlijke gemeente Kampen, eenmaal per vier jaar (2002, 2006, …).
    • Ondersteuning van de activiteiten van Kerk in Actie voor het binnenlands diaconaat en (samen met de Commissie ZWO) voor het werelddiaconaat.
  • B. Binnen de kerk
    • Signalering van behoeften bij individuele gemeenteleden, alsmede aandacht en zorg voor hen door de sectiediaken, al dan niet via de sectieteams.
    • Bestendigen van de betrokkenheid van individuele leden bij het leven en werk van de gemeente, o.m. door het beschikbaar stellen van apparatuur van de thuiskerk (kerkradio).
    • Wijkgebonden activiteiten en gezamenlijk beraad over de behoeften binnen de wijk door de wijkraden van diakenen.
    • Geldwerving binnen de kerk.
    • Financiële ondersteuning aan wie die nodig heeft.
    • Acties in bijzondere situaties.
    • Diaconale voorbede in de eredienst (bij toerbeurt voorbereid door de wijkraden).
    • Ruime publiciteit over diaconale doeleinden in kerkbode en anderszins.
  • C. Binnen de diaconie
    • Onderlinge aansporing en toerusting met het oog op goed gebruik en verdere ontwikkeling van de ‘diaconale antenne’
    • Samenwerking op verschillende vlakken (voorbede, handboek, bezinning, voor­zitter) met de diaconie van de Gereformeerde Kerk van IJsselmuiden, ‘De Bron’.·        Organisatie van twee bezinningsavonden per jaar voor alle diakenen van de Gereformeerde Kerken van Kampen en IJsselmuiden.
    • Instandhouding en actualisering van het ‘Handboek voor de Diakenen’ met praktische informatie voor alle diakenen van de Gereformeerde Kerken van Kampen en IJsselmuiden.
    • Regelmatig aanbod aan (nieuwe) diakenen van deelname aan de basiscursus diaconaat van het Dienstencentrum van de PKN.
    • Zoeken van mogelijkheden voor praktische samenwerking met de diaconie van de Nederlandse Hervormde Gemeente te Kampen, bijvoorbeeld op het vlak van cursussen en thema-avonden.

Hulpfonds voor de minima
Samen met de Rooms-Katholieke Kerk van Kampen heeft de Gereformeerde Kerk te Kampen een Hulpfonds voor de Minima ingesteld. Doelstelling van dit fonds is een bijdrage te leveren aan de leniging van acute nood in het levensonderhoud voor in principe alle inwoners van Kampen, ook al worden de gelden bijeengebracht door leden van de beide kerken. Jaarlijks wordt een bedrag van zo'n € 4.000  uitgekeerd.

Contactpersoon vanuit de GKK is de penningmeester van de diaconie.

Giften voor het hulpfonds kunnen worden overgemaakt op de rekening van de diaconie met het nummer 90.93.65.199 (SNS-bank), onder vermelding van: Hulpfonds voor de Minima. 

Doop

Aanvraag voor de bediening van de Heilige Doop kan geschieden op het kerkelijk bureau, tenminste vier dagen vóór het dopen, na overleg met de wijkpredikant.

Huwelijk

Een huwelijksbevestiging dient ruim tevoren - minstens 6 weken - aangevraagd te worden op het kerkelijk bureau, na een gesprek met de wijkpredikant. Na deze aan­vraag wordt de wijk-kerkenraad in kennis gesteld. Bij de aanvraag kunt u op het kerkelijk bureau de Burgwal- of de Westerkerk reser­veren. Voor het Open Hof dient u een afspraak te maken met de beheerder, de heer F. Groen, Apeldoornsestraat 31, tel. 3324492. Ook andere dan de gereformeerde kerkgebouwen dient u zelf te bespreken.  

Identiteit

Huis naast de synagoge

‘Huis naast de synagoge’ is de titel van een boek van Maarten den Dulk. De typering doet denken aan de opvallende geschiedenis die de evangelist Lucas in zijn Handelingen der Apostelen vertelt. In hoofdstuk 18 gaat het over Paulus in Korinte. Daar verruilt de apostel noodgedwongen de synagoge voor het huis van Titius Justus. Hij, Titius, was iemand die God vereerde en wiens huis naast de synagoge stond. In zijn huis kwam voortaan de gemeente samen.

Bij het samenkomen in een pandje naast de synagoge is het niet gebleven. Het pandje werd in de loop der eeuwen een kathedraal en weer later verrezen er naast de kathedraal allerlei andere torens van de gebouwen van andere kerkgenootschappen. In vergelijking met die kerkgebouwen is de synagoge een klein gebouw gebleven en vaak uit beeld van de bezoekers van die andere gebouwen verdwenen.

Tegenwoordig wordt de skyline van de lage landen bij de zee bepaald door flats die hoger zijn dan de kerktorens. Hoge kantoorgebouwen en woningflats bepalen naast industrieterreinen en Vinex-locaties het beeld. Kan de kerk in deze tijd voor de mens nog iets betekenen? Ja, dat kan als de kerk de eigen wortels kent en zich dus opnieuw leert verstaan als dat pandje naast de synagoge, dat kan als wij de openbaring van God aan Israël naast zijn komen in Jezus serieus nemen.

In zijn boek ‘Huis naast de synagoge’ wijst M. den Dulk op de bijzondere setting van de kerk ten overstaan van Israël en de heidenvolkeren. Hij beschrijft de kerk in zijn boek onder drie invalshoeken: ze heeft (1) een Joodse aanleg, (2) een heidense aandrift, en - in de interactie van deze beide zoiets als – (3) een christelijke overlevering.

Als symbool van deze identiteit vindt u in het liturgisch centrum een klok waarop zowel het kerkelijk als het synagogale jaar wordt aangegeven. Ook noemen we (meestal) in de ochtenddiensten op de zondag de Schriftgedeelten die op de sabbat daarvoor in de synagoge zijn gelezen. In elk geval staan die Schriftlezingen voor de dienst altijd op het scherm geprojecteerd.

De kerkenraad wil zich niet vastleggen op één speciaal kerkmodel. Vanuit de genoemde visie (die door haar bijbels-theologische fundering nogal dynamisch is) komen diverse kerkmodellen in aanmerking, zij het altijd met bovenstaande inkleuring. En dat wil de kerkenraad voor de toekomst ook graag zo open houden. Uitgaande van de visie lijken oecumenisch-apostolair of diaconaal kerkmodel (de kerk is er voor anderen; openheid, vrijheid, dienstbaarheid en solidariteit) , conciliair kerkmodel (zoekgemeenschap; verschillende geloofsuitingen) of ook ‘ontmoetingsmodel’ de meest toepasselijke typeringen.

In 2004 werden visie en beleid opnieuw en nu zeer uitgebreid verwoord. Dit gebeurde samen met de Hervormde wijkkerkenraad het Open Hof. Dit beleidsstuk is tot op dit moment (2010) het belangrijkste onderliggende visiedocument voor het beleid. Het begint met een uitgebreide omgevingsanalyse waarin het gaat over de verschillen tussen de moderne en de postmoderne mens. U vindt dit document separaat (Visiedocument).

Jeugdwerk

Taizé 2012 (deel II)
Al heel wat jaren gaan we vanuit Kampen met een groep jongeren naar Taizé. Zo ook de komende zomer. Ter voorbereiding en inspiratie zullen we een paar keer deze maand via het kerkblad enkele ervaringen, die vorig jaar zijn opgedaan, met jullie delen.

Taizé was voor mij echt een plaats voor rust in jezelf, je gaat heel gemakkelijk mee in alles en het is echt supergezellig met alle nationaliteiten tegelijk! Ik zou willen dat het overal zo was, het leven kan zo druk zijn en daar heel gestructureerd en duidelijk.

Taizé is echt dé eutopie(= goede gelukkige samenleving) die ik nu ben tegengekomen. Ik kijk er erg naar uit om nog eens, ook met deze groep, naar Taizé te gaan.

Liefs, Anne, Gaastmeer

Ben je tussen de 18 en 30 jaar en heb je interesse, laat het weten. Graag voor begin april. Dan kunnen de opgaven zo snel mogelijk doorgegeven worden aan de broederschap in Taizé. Ook wanneer je meer informatie wilt, mail gerust. De datum van vertrek is 29 juli, terugkomst op 5 augustus.

Met een vriendelijke groet, Petra van den Bos (p.vanden.bos66[at]gmail.com) 

Kerkbode

De laatste kerkbode kan gedownload worden door op onderstaande link te klikken.Kerkbode:  http://www.gkkampen.org/Kerkbode/Kerkbode.pdfVorige kerkbode: http://www.gkkampen.org/Kerkbode/Vorige%20Kerkbode.pdf

Vrijwel elke week verschijnt op vrijdag de Kerkbode van de Gereformeerde Kerk Kampen. In de schoolvakanties niet. De abonnementsprijs bedraagt 15 euro per jaar, graag te voldoen in het eerste kwartaal van het jaar. U kunt een abonnement aanvragen op opzeggen op het kerkelijk bureau tijdens de openingsuren.De administratie van de kerkbode wordt bijgehouden door mw. M.A. Noordhof, IJsselkade 74, tel. 3314323 (ook voor klachten over bezorging).

De redactie bestaat uit:
mw. E. de Wilde-Koelewijn
ds. M.L. Eigenhuis
T. Hoekstra
J.A. Kroon, eindredacteur

Kopij voor de kerkbode, die vrijdags verschijnt, dient uiterlijk op maandag voor 20.00 uur ingeleverd te worden op het kerkelijk bureau, eventueel in de brievenbus daar. Graag op diskette (Word, Txt). De diskettes kunnen in de loop van die week op dezelfde adressen weer worden opgehaald. De kopij kan ook, nog makkelijker, per e-mail (als bijlage, attachment) worden verstuurd naar

Gironummer kerkbode : 2241548 t.n.v. Administratie Kerkbode Gereformeerde Kerk, Kampen

Kerktelefoon

Wie aan huis gebonden is en toch graag de kerkdiensten vanuit de wijkkerk zou meebeleven, kan een aansluiting op de kerk-telefoon aanvragen. U kunt daarvoor het best contact zoeken met de diaken in uw sectie; hij of zij kent de weg, weet de voorwaarden, de kosten e.d. Bij klachten en storingen kunt u contact opnemen met Herman de Wilde, Stroomrug 26, tel. 3316596.

Kerkelijk bureau

Burgwal 59
8261 EP Kampen
tel. 3314265

Openingstijden
maandag 19.00 - 20.00 u
woensdag 10.00 - 11.00 u

Op het kerkelijk bureau kunt u terecht voor zaken zoals het aanvragen van doop en huwelijk.
Voor financiële zaken is de kassier van het College van Kerkrentmeesters op de 1e maandagavond van de maand aanwezig van 19.00 tot 20.00 uur.

Huur kerkgebouwen / zalen
Klik hier voor overzicht (pdf, 65 kb)

Functionaris en vrijwilligers
De administratie van de kerk wordt bijgehouden door mw. E.de Wilde-Koelewijn (huisadres: Stroomrug 26, Kampen, tel. 3316596). Zij houdt zitting op het kerkelijk bureau tijdens bovengenoemde openingstijden.
Elke maandag-, donderdag- en vrijdagmorgen van 10.00 tot 11.30 uur houden vrijwilligers het kerkelijk bureau open voor stencil- en kopieerwerk, afgifte van zaken voor administratie of kerkbode e.d.

Geboorten - Adreswijzigingen - Attesten
Iedere geboorte [met datum en plaats] en elke adreswijziging dient men aan het kerkelijk bureau te melden voor vermelding in de kerkelijke administratie en de kerkbode.
Wie verhuist naar een andere stad of een ander dorp wordt door de landelijke PKN-ledenregistratie automatisch overgeboekt naar de kerkelijke gemeente daar ter plaatse en daarmee tegelijkertijd uitgeboekt uit onze plaatselijke ledenadministratie.

Wie toch lid wil blijven van de Gereformeerde Kerk van Kampen moet daarvoor een verzoek indienen bij zijn/haar oude wijkkerkenraad en een bijbehorend formulier invullen en ondertekenen. Dit formulier is te verkrijgen op ons kerkelijk bureau. Wie buiten onze stad gaat studeren aan een universiteit of HBO-school kan zich in de plaats-van-studie als inwonend kerklid laten inschrijven en tegelijkertijd lid blijven van onze kerk (de 'voorkeurkerk').
Jongeren kiezen nogal eens voor deze mogelijkheid omdat ze weliswaar in de week hier kerkelijk niet helemaal kunnen blijven meeleven, maar in de weekeinden wel vrijwel altijd in Kampen zijn. Het omgekeerde geldt uiteraard voor de studenten die in Kampen komen studeren - zij blijven meestal elders, in hun 'voorkeurkerk' , ingeschreven staan.
Bij vertrek naar het buitenland of overgang naar een niet PKN-gemeente wordt op verzoek een attestatie meegegeven.

Verkoop collectemunten
De collectemunten kunnen worden gebruikt bij de inzameling van gaven tijdens de kerkdiensten. Voor de gever is daarbij het voordeel dat op deze manier de bijdragen bewijsbaar aftrekbaar zijn voor de inkomstenbelasting. Een ander voordeel is dat men altijd de beschikking heeft over passend 'muntgeld'.De munten zijn verkrijgbaar op het kerkelijk bureau : elke woensdag van 10.00 - 11.00 uur iedere eerste maandag van de maand van 19.00-21.00 uur. Van oktober t/m. maart vindt verkoop ook plaats op de derde maandag van de maand, eveneens tussen 19.00 en 21.00 uur. Incidentele wijzigingen worden in de kerkbode aangekondigd.

U kunt kiezen uit zakjes met :

  • 20 witte munten van 0.50 € (samen 10 €)
  • 20 rode munten van 0.80 € (samen 16 €)
  • 20 paarse munten van 1.20 € (samen 24 €)
De administratie van de collectemunten wordt verzorgd door de heer L. Bulthuis.

Kerkenraad

Wijkpredikant: ds. M.L. Eigenhuis, leoneigenhuis[at]openhofkampen.nl
Voorzitter: J. (Hans) Voerman, voorzitterohg[at]ziggo.nl
Scriba: mw. A. (Aly) Moes, alymoes[at]openhofkampen.nl
Voorzitter wijkdiaconie: vacature

Ouderlingen
mw. J. (Nettie) Deen, sectie O3
mw. A. (Anny) Eijgelaar-Taekema, jeugdouderling
mw. R. (Rita) Groenhof, sectie O6
R. (Roel) Hommes, sectie O5
G. (Gijs) Jonkers, ouderling AK
J. (Jan) Nammensma, sectie O4
J. (Jelle) Sijbesma, voorzitter AK
R.H. (Roelof) Smedes, sectie O2 en ouderling ouderenpastoraat
mw. J. (Jenny) van der Steeg, sectie O1
H. (Hans) van der Veen, ouderling-kerkrentmeester

Diakenen
mw. A. (Anneke) Abma, ZWO
R. (Ronald) Bakker, sectie O5
mw. M. (Marijke) van Raalte, sectie O2
E. (Erik) Roersma, sectie O6
G. (Gerard) Wessels, sectie O1
H.J. (Jan) Wolterink, sectie O4

Pastoraat

Drs. M.L. Eigenhuis, geb. 19-7-1959

Wijkgemeente Open Hof.
Predikant te Oudega (Smallingerland) 24-1-1988
Veenendaal 31 januari 1993, Oldekerk 21-9-1997
Kampen 17-8-2003
Adres: Jan van Arkelstraat 13, 8265 CK, tel. 3325927

SECTIES O1-6

Sectie O1 (85 adressen)
Ouderling: mw. J.A.van der Steeg-Weijs
Diaken: vacature
Bezoekers:
mw. M. Goedhart-Alberts
mw. A.J. Hofman-Marsman
mw. H. Lohman-Smit
mw. C.M.J. Tennekes
mw. B. Post-Kamp
mw. A. Vinke
vacature
Straten: Bumastraat - Cruquiusstraat - 2e Ebbingestraat - Elzenstraat - Engelenbergstraat - Fernhoutstraat - Floris V Straat - Horstsingel - Lelystraat - Lijsterbesstraat - Lorentzstraat - Loriéstraat - Stevinstraat - Teldersstraat - Thomas Seerattstraat - Vermuydenstraat - Wortmanstraat

Sectie O2 (65 adressen)
Ouderling: vacature
Diaken: mw. J.Veldkamp
Bezoekers:
mw. D. Kasper
mw. A. Voerman-van Dijk
mw. H. van der Kloet
de heer J. de Boer
2 vacatures
Straten: Beekmanstraat - Beijerinckstraat - Cellesbroeksweg - de Bruynstraat - Engelenbergplantsoen - G. van Endegeeststraat - Jacob Catsstraat - L. van Egmondstraat - Leeghwaterstraat - Leidijk, Kamperveen Lelystraat - Lovinkstraat - Teding van Berkhoutstraat - van Oss-Straat - Vierlinghstraat - Visseringstraat Wederiklaan, Amandelboom - de Zande (Kamperveen)

Sectie O3 (71 adressen)
Ouderling: mw. N.Deen
Diaken: B. Meijberg
Bezoekers:
mw. J.van den Berg
mw. G. Bloemendaal
mw. AB.G. Kok-Biesterbos
J.van den Oever
C. Versteeg
Straten: Broederstraat - Dravik - Hondsdraf - Jan Ligthartstraat - Kalmoessingel - Lisdodde – Penningkruid - Ratelaar - Vijverhof  - Watermunt - Wederiklaan - Winde - Wollegras - Zalkerdijk, Zalk – Zeebies - Zegge - Zenegroen

Sectie O4 (64 adressen)
Ouderling: K.Eijgelaar
Diaken: Mw. J.van Bentum
Bezoekers:
2 vacatures
J.Breukelman
mw. A.H.Meijer-van Dijk
mw.A.Voerman-van Dijk
Straten: Andoorn - Bevernel - Brunel - Dotterbloem - Ganzebloem - Havikskruid - Heultjesweg – Kamille - Kattedoorn - Paardebloem - Rolklaver - Tijm - Tormentil - Zilverschoon

Sectie O5 (65 adressen)
Ouderling: G.Jonkers
Diaken: R. Bakker
Bezoekers:
2 vacatures
mw. A.M. Abma-de Jong
mw. A.H. Meijer- van Dijk
A. Orsel
Straten: Akelei - Beneluxweg - Bereklauw - Burg. Oldenhoflaan - Burg. Visserweg, IJsselmuiden - Chris Vermeulenhof - Emmastraat - Ereprijs - Fonteinkruid - Frederik Hendrikstraat - Ida Gerhardtstraat - Kievitstraat - Krabbescheer - Marinus Postlaan - Nachtegaal, IJsselmuiden - Neringstraat - Pinksterbloem - Pleviersingel - Rietgors IJsselmuiden - Rolklaver – Silene - Sint Nicolaasdijk - Sterrekroos - Toon Slurinkhof - Veenmos - Waterkers - Zwanebloem

Sectie O6 (109 adressen)
Ouderling: mw.R.Groenhof
Diaken: dhr E. Roersma
Bezoekers:
mw. L. Groen-van Keulen
mw. G. Meijberg-Hofstede
mw. S. T. Zwakenberg- Prins
2 vacatures

Samenwerking

Eind 2007 verscheen de eerste Nieuwsbrief over de samenwerking tussen de beide Open-Hof-gemeenten en de wijkgemeente Burgwalkerk. We laten die Nieuwsbrief hier volgen, omdat hij vooral actueel blijft met het oog op de gezamenlijke uitgangspunten, doelstelling van en de afgesproken procedures voor de samenwerking; die vindt u in de bijlage achter de brief.

Inleiding
Het is zover: de eerste nieuwsbrief over de samenwerking tussen de gereformeerde wijkgemeente Open Hof, de hervormde wijkgemeente Open Hof en de gereformeerde wijkgemeente Burgwalkerk. In deze nieuwsbrief praten wij u bij over de gang van zaken tot nu toe.

Historie
Sinds jaren vindt er tussen de moderamina (meervoud van moderamen en het moderamen is het dagelijks bestuur) van de beide wijkgemeenten van het Open Hof regelmatig overleg plaats. Naast overleg wordt er op onderdelen ook echt samengewerkt (jongerendiensten, vespers in de stille week, de maandelijkse gezamenlijke leerdienst op de laatste zondagavond van de maand en de gezamenlijke diensten op nieuwjaarsdag, biddag voor gewas en arbeid, hemelvaartsdag, dankdag voor gewas en arbeid en oudejaarsavond).

In het najaar van 2006 heeft de wijkkerkenraad van de hervormde wijkgemeente in een brief aan haar Algemene Kerkenraad laten weten dat er binnen het Open Hof onvoldoende ruimte is om de wijkgemeente volledig tot haar recht te laten komen.

De Algemene Kerkenraad van de hervormde gemeente stelde in antwoord daarop voor om intensiever de mogelijkheden van samenwerking met de gereformeerde wijkgemeente te bezien. Gesteund door het vertrouwen van de Algemene Kerkenraad  werd daartoe door de wijkkerkenraad besloten.

In januari 2007 is op moderaminaniveau besloten om in eerste instantie in te zetten op samenwerking tussen de beide wijkgemeenten in het Open Hof. Al snel kwamen de moderamina tot de conclusie dat het wenselijk was om ook wijkgemeente Burgwalkerk in de gesprekken te betrekken; enerzijds omdat de contacten tussen beide gereformeerde wijkgemeenten in deze periode werden geïntensiveerd, anderzijds omdat de drie wijkgemeenten qua geloofsbeleving zeer dicht bij elkaar liggen en het dus voor de hand ligt om met de drie wijkgemeenten het proces van samenwerking in te gaan.

In april was er een eerste oriënterend overleg tussen de moderamina van de drie wijkgemeenten. Tijdens de jaarlijkse gemeenteavond van wijkgemeente Burgwalkerk in mei is die wijkgemeente op de hoogte gebracht van de stand van zaken op dat moment en werd er door de aanwezige gemeenteleden positief op gereageerd.

In de trio-moderamenvergadering van mei is gesproken over de vraag hoe dit proces concreet aan te pakken, waarop in juni de eerste versie van de gezamenlijke visie en het beleid is besproken en van kanttekeningen is voorzien.Op 17 september jl. was de laatste trio-moderamenvergadering vóór de gemeenteavonden van de  gereformeerde en de hervormde wijkgemeente Open Hof.

Toekomst
De moderamina van de drie wijkgemeenten zijn enthousiast over de mogelijkheden van onderlinge samenwerking en ook wel verrast over de snelheid waarmee ze tot het huidige voorstel tot samenwerking zijn gekomen. Daarbij hebben de moderamina het vertrouwen dat de problemen, die we ongetwijfeld tegenkomen omdat ze onlosmakelijk aan een dergelijk proces verbonden zijn, in alle openheid en in goede harmonie opgelost zullen wordenUitgangspunt in het voorstel is dat de samenwerking fasegewijs wordt uitgebreid en niet eerder dan op het moment dat de drie wijkkerkenraden zich daarvoor hebben uitgesproken na de gemeenteleden te hebben geïnformeerd en gehoord.Ter informatie en om iedereen in de gelegenheid te stellen zich voor te bereiden op de gemeenteavond, is het voorstel ‘Visie, doelstelling en werkwijze’ als bijlage opgenomen.

Kampen, 18 september 2007

Bijlage: voorstel ‘Visie, doelstelling en werkwijze’

Visie, doelstelling en werkwijze

Inleiding
In het licht van de voorgenomen uitbreiding van de onderlinge samenwerking van drie wijkgemeenten, te weten wijkgemeente Burgwalkerk van de Gereformeerde kerk te Kampen, wijkgemeente Open Hof van de Gereformeerde kerk te Kampen en wijkgemeente Open Hof van de Hervormde gemeente te Kampen, hierna te noemen ‘de samenwerkende wijkgemeenten’, hebben de drie afzonderlijke kerkenraden na de leden van de afzonderlijke wijkgemeenten erin te hebben gekend en te hebben gehoord, ingestemd met de volgende documenten:

A. Visie

B. Doelstelling en werkwijze gedurende het traject van uitbreiding samenwerking

A. Visie

De visie is gestoeld op de uitgangspunten van de Protestantse Kerk in Nederland zoals verwoord in haar brochure ‘Leren leven van de verwondering’, op het beleidsplan ‘Geroepen en gezonden’ van de Gereformeerde wijkgemeente Burgwalkerk en op de gezamenlijke notitie ‘Op zoek naar visie en beleid in het Open Hof’ van de Gereformeerde en de Hervormde wijkgemeente Open Hof. Er is geen sprake van radicale breuken of koerswijzigingen ten opzichte van de huidige visies van de drie wijkgemeenten; veeleer is er sprake van een logische volgende stap in de visie- en beleidsontwikkeling van de drie wijkgemeenten; nu in verbondenheid aan elkaar, verwoord in de volgende allesomvattende en ruimtegevende uitspraken:

  1. De samenwerkende wijkgemeenten weten zich wereldwijd verbonden met gemeenten en kerken binnen en buiten de Protestantse Kerk in Nederland; dit in het besef dat zij samen met hen Jezus Christus erkennen als kurios, als beeld van God en als hart van de geloofsgemeenschap.
  2. De samenwerkende wijkgemeenten willen een krachtige geloofsgemeenschap vormen waar mensen, samen met anderen en in het licht van de woorden van God, de zin van hun leven kunnen ontdekken. Vanuit haar eeuwenlange omgang met God heeft de kerk woorden gevonden die ook nu richtinggevend kunnen zijn voor mens en samenleving.
  3. De samenwerkende wijkgemeenten willen vanuit hun protestantse geloofstraditie staan voor de levensveranderende boodschap van het evangelie van Jezus Christus en hiervan getuigen. Dat willen zij doen op een aansprekende en eigentijdse wijze voor alle generaties. In de interpretatie van de Schriften realiseren zij zich de Joodse wortels van de Bijbelse boodschap en luisteren zij in een open leerhouding ook naar de eeuwenoude rabbijnse uitleg en hoe het Joodse volk zichzelf verstaat.
  4. De samenwerkende wijkgemeenten willen een gemeenschap vormen waar Gods aanwezigheid wordt gevierd in de prediking, in liederen, gebeden en in de tekenen van doop en avondmaal. In wekelijkse samenkomsten streven zij naar een veelkleurig vieren, leren, dienen en delen.
  5. De samenwerkende wijkgemeenten willen een gemeenschap van gebed vormen die iets weerspiegelt van de ruimte en de geborgenheid die God aan mensen schenkt; een plek waar mensen hun leven, vreugde en verdriet, vragen en verwachtingen in Gods handen kunnen leggen.
  6. De samenwerkende wijkgemeenten willen een centrum van waarden en spiritualiteit vormen, een plek van bezinning waar mensen kunnen ontdekken wie zij zelf zijn en wat God voor hen betekent.
  7. De samenwerkende wijkgemeenten willen een beweging van hoop en verwachting vormen. Geïnspireerd door de bijbelse gerechtigheid bekommert zij zich om mensen dichtbij en veraf, staat hen bij en komt voor hen op, in het bijzonder voor hen die in de wereld geen stem hebben en lijden onder armoede en onrecht.
  8. De samenwerkende wijkgemeenten willen een open en plurale, veelkleurige gemeenschap vormen met volop ruimte voor communicatie en dialoog. Nadrukkelijk wensen zij een gemeenschap te vormen met ruimte voor individuele interpretatie en individuele invulling van geloven, voor traditie en voor vernieuwing, naast de gezamenlijke benadering. Zij wensen een gemeenschap te vormen waar mensen elkaar ontmoeten, inspireren en bemoedigen vanuit de woorden van God.

B.  Doelstelling en werkwijze gedurende het traject van uitbreiding samenwerking

Vanuit en onlosmakelijk verbonden met het visiedocument zijn de samenwerkende (wijk)kerkenraden namens de samenwerkende wijkgemeenten gekomen tot de volgende doelstelling:

Doelstelling
De samenwerkende (wijk)kerkenraden stellen zich ten doel de onderlinge samenwerking van de afzonderlijke wijkgemeenten uit te breiden; in beginsel tot een niveau dat te duiden is als ‘samenwerking’, om via daaropvolgende fasen te ontwikkelen tot ‘nauwe samenwerking’, die in formele zin uitmondt in een federatie, en uiteindelijk in een vereniging (= fusie).

Uitgangspunt bij deze uitbreiding is dat de samenwerking zoveel als mogelijk het gehele leven en werken van de wijkgemeenten betreft.

De samenwerkende (wijk)kerkenraden zijn zich er van bewust dat vereniging geen zaak is van de drie wijkgemeenten alleen, maar dat dat de centrale gemeenten zal betreffen en dat zolang de Algemene Kerkenraden van de Gereformeerde kerk en van de Hervormde Gemeente te Kampen niet besluiten tot de vorming van één Protestantse gemeente, federatie voor de samenwerkende wijkgemeenten de meest vergaande vorm van samenwerking zal zijn.

Werkwijze gedurende het traject van uitbreiding samenwerking

  1. De samenwerkende (wijk)kerkenraden willen ‘ontmoeting’ organiseren tussen de gemeenteleden van de afzonderlijke wijkgemeenten om zo van elkaar te horen en te leren, als eerste stap naar uitbreiding van de samenwerking.
  2. De samenwerkende (wijk)kerkenraden willen de uitbreiding van de samenwerking fasegewijs tot stand brengen waarbij voor het ingaan van de eerste en daaropvolgende fasen niet nu al alle vragen beantwoord en alle problemen opgelost hoeven te zijn. Afhankelijk van de voortgang van een ingegane fase zal een nieuwe fase worden geduid en voorbereid, met een dan nader te bepalen traject. Binnen de fasen zullen daarmee samenhangende thema’s en onderdelen van het leven en werken van de wijkgemeenten aan bod komen.
  3. De samenwerkende wijkgemeenten zullen een fase niet ingaan omwille van de voortgang van het proces, maar telkens omdat die nieuwe fase voor elk van de drie wijkgemeenten energie en inspiratie geeft.
  4. De samenwerkende (wijk)kerkenraden nemen als eerste fase het niet langer slechts incidenteel maar permanent door de drie wijkgemeenten gezamenlijk organiseren van de erediensten ter hand, waarbij inbegrepen jongerendiensten en kindernevendiensten. In nader te bepalen volgorde en afhankelijk van het proces van uitbreiding van de samenwerking zullen ten minste ook de volgende onderdelen van het leven en werken van de wijkgemeenten aan bod komen: gemeenteavonden, startweekenden, kringen en andere toerustingsbijeenkomsten, pastoraat, catechese en diaconaat.
  5. De samenwerkende (wijk)kerkenraden willen de fasen als volgt doorlopen:
    1. Verkennen, bespreken, definiëren en invullen van een fase door de leden van de drie moderamina c.q. door hen aangewezen commissieleden en/of externe deskundigen.
    2. Ter bespreking en goedkeuring voorleggen van de gedefinieerde en ingevulde fase aan de drie afzonderlijke (wijk)kerkenraden.
    3. Na goedkeuring (in dit kader bij 2/3 meerderheid) door de afzonderlijke (wijk)kerkenraden de leden van de afzonderlijke wijkgemeenten erin kennen en hen horen over de inhoud ervan.
    4. Definitief besluit door de afzonderlijke (wijk)kerkenraden, waarbij elk van deze in meerderheid (in dit kader bij 2/3 meerderheid) voor het ingaan van de nieuwe fase dient te zijn om de nieuwe fase ook daadwerkelijk in te kunnen gaan.

Tot beëindiging of wijziging van de op enig moment gekozen uitbreiding van de samenwerking zal dezelfde procedure worden gevolgd.

Stencil- en kopieerwerk

Kerkenraden, kerkelijke commissies, verenigingen e.d. kunnen hun stencil- en kopieerwerk op het kerkelijk bureau laten verzorgen. Omdat dit door vrijwilligers wordt gedaan, is vroegtijdige aanlevering aan te bevelen. In voorkomende gevallen wordt het budget van de commissies e.d. met de kostprijs van het stencil- of kopieerwerk belast. Kopieën (minder dan 30 stuks) kunt u zelf maken, tijdens de openingsuren van het kerkelijk bureau en als de koster aanwezig is voor vergaderingen e.d., in principe op maandag-, dinsdag- en woensdagavond.

Stencilwerk wordt gedaan door de vrijwilligers:voor de wijkgemeente Burgwalkerk mw. E. Boers,voor de wijkgemeente Open Hof mw. H.J. Fleurke-van der Werf,voor de wijkgemeente Westerkerk mw. G.G. van Bodegraven-Vinke.De coördinatie berust bij mw. Fleurke, tel. 3319930.

Thuiskerk

Wie aan huis gebonden is en toch graag de kerkdiensten vanuit de wijkkerk zou meebeleven, kan een aansluiting op de thuiskerk aanvragen. U kunt daarvoor het best contact zoeken met de diaken in uw sectie; hij of zij kent de weg, weet de voor­waarden, de kosten e.d. Voor de Burgwalkerkdiensten wordt de liturgie 's morgens om 9.00 uur voorgelezen.Bij klachten en storingen kunt u contact opnemen met Herman de Wilde.

Visiedocument

 ‘De tuin is omsloten, een geborgenheid biedende ruimte, waar – als het goed is – de ware aard van de dingen, planten, dieren en mensen aan het licht kan komen. En waar men in de avondkoelte God kan ontmoeten. ..

Het moet tegelijk een open, gastvrije tuin zijn van vrede en recht, waar mensen (kinderen) iets kunnen beleven van de hoop op het Koninkrijk.’

(dr. Wim ter Horst, De kunst van het lezen)

VISIE EN BELEID IN HET ‘OPEN HOF’
I. De tijd waarin we leven
     I.1. Inleiding
     I.2. De moderne mens
     I.3. De postmoderne mens
     I.4. De twee gezichten van het postmodernisme
     I.5. Het negatieve gezicht: nihilisme
     I.6. Het positieve gezicht: de zoekende mens
     I.7. Postmodern geloven
II. Gemeente-zijn in deze tijd
     II.1. Inleiding: de drieledige kern van gemeente-zijn
     II.2.1 Nieuwe aandacht voor de Tekst
     II.2.2. Het belang van het hernemen van de tekst
     II.3. Leven met elkander: hoe we met elkaar omgaan
     II.4. Getuigenis in en dienst aan de wereld
III. Hoe vertalen we dit alles in beleid?
     III.1. Rondom de Schriften
     III.2. Met elkaar
     III.3. De wereld

Kampen, februari 2004

I. Omgevingsanalyse

I.1.  Inleiding
Er is bij veel mensen het gevoel te leven in een kentering der tijden. We laten een tijdperk achter ons en treden een nieuw tijdperk binnen. Al enige decennia worden hier ook wetenschappelijke studies aan gewijd waarin m.n. filosofen en cultuurhistorici onderzoek doen naar de veranderingen in onze tijd. Men formuleert: het tijdperk van de moderne mens gaat over in het tijdperk van de postmoderne mens. Dat roept de vragen op: wat bedoelt men in dit verband met modern? Wat bedoelt men met postmodern? Wat zijn precies de veranderingen? Constateren we die ook bij onszelf? En wat is de invloed van die veranderingen op ons leven en ons geloven? We proberen hier iets van de vermeende kentering te schetsen. Aan het slot stellen we ons de vraag of we hier als kerk beleid op moeten/kunnen maken.

Tegelijk is van belang te stellen dat de nu volgende schets niet bedoeld is om allerlei gedrag een waardeoordeel te geven. Het onderscheid dat hier gemaakt wordt tussen modern en postmodern is slechts een hulpmiddel om iets van het levensgevoel in onze dagen onder woorden te brengen.

I.2  De moderne mens
Men denkt dan aan de mens die mondig werd, zichzelf een oordeel ging vormen in plaats van zonder meer de meningen van het voorgeslacht of van autoriteiten te aanvaarden. Het is de moderne mens die zich durft te verzetten tegen knechtende overheden en tegen de leer van de kerk. De Franse Revolutie is er een voorbeeld van met haar leus ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap’, maar evenzeer een Galileï die tegen de leer van de kerk in beweert dat de aarde om de zon draait in plaats van andersom.

De moderne mens werkt op allerlei terrein aan emancipatie, met de bedoeling ieder mens zelfstandiger, vrijer, blijer te maken. Daarbij worden vaak grote ideologiën ontworpen die deze verbetering van de wereld moeten bewerkstelligen. Humanisme, Idealisme, Socialisme, Marxisme, Liberalisme, Kapitalisme, en noem maar op, maar ook nieuwe christelijke theologiën behoren tot deze ‘grote verhalen’ die mensen in beweging moeten zetten in de richting van een aarde vol vrede en gerechtigheid. Men gelooft in het ‘kunnen’ van mensen, in de ‘maakbaarheid’ van de samenleving. Daarbij wordt vooral vertrouwd op het verstand van de mens waarmee hij de werkelijkheid om zich heen kan begrijpen en kan herscheppen, volgens de regels van de logica. De mens heeft hier geen magie of geheimzinnige mysteriën meer bij nodig. Hij kan het zelf wel af, hij is zichzelf tot wet. Velen zeggen de bijbel vaarwel als een magisch en irreëel boek, en zetten zich in om de hele wereld te ‘onttoveren’, te ‘ontgeestelijken’, te ‘ontzielen’. En wat moet een mens met ‘God’ als hij toch zelf tot zoveel in staat is? ‘God’ is slechts een gelegenheidsoplossing bij vragen die wij nog niet helemaal naar tevredenheid kunnen beantwoorden; maar met even geduld zullen we ook de laatste geheimen in het heelal wel ontsluieren.

I.3  De postmoderne mens
Postmoderne filosofen van onze tijd lijken het over één ding eens te zijn: na Auschwitz is definitief het postmoderne tijdperk begonnen; waarbij ‘Auschwitz’ de symboolnaam is geworden voor de hele Sjoah, de methodische vernietiging van miljoenen mensenlevens. Na Auschwitz is niets meer hetzelfde. Ook al zijn er nog miljoenen mensen die de schok van Auschwitz niet gevoeld hebben, deze schok werkt door, ook in het onbewuste leven van de westerse mens.

De postmoderne mens gelooft niet meer in de idealen die de moderne mens koesterde. Met Auschwitz zijn voor de postmoderne mens al die idealen failliet. Auschwitz betekent niet ‘slechts’ het einde van zes miljoen Joden, maar betekent het einde van de mens (het humanum), het einde van de wetenschap (want de wetenschap is kennelijk zo norm-loos dat ze tot alles in staat is, ook in dienst van Auschwitz), het einde van de moraal (wat heet hier nog moraal?) en het einde van het christendom (want het christendom beschermde Gods oogappel niet).

Als alle emancipatiebewegingen en alle ‘grote verhalen’ tenslotte nog deze vrucht kunnen baren, dan verdampen die als rook. De postmoderne mens gelooft dus niet meer in ‘grote verhalen’, prachtige ideologieën. Hij gelooft niet in eeuwig bindende afspraken als uitgangspunt of fundament van (wetenschappelijk) denken, gelooft niet in een basis om iets op te bouwen. Hij gelooft niet in vaste afspraken, in een partij, in een waarheid. Hij vormt dus ook zelf geen partij, geeft zijn waarheid voor een ander (want er zijn er immers vele?). Ook het westerse denken is maar een van de vele vormen van denken op deze wereld.

Het leven van de postmoderne mens bestaat uit vele fragmenten. En hij loopt met zijn leven van het ene fragment naar het andere. Het leven van de postmoderne mens is dan ook gefragmentariseerd; er zijn allemaal aparte wereldjes: het wereldje van de economie, van de politiek, van de sport, van thuis, van op je werk, enzovoort. Er is geen samenhangend geheel van normen en waarden, elk wereldje heeft zijn eigen normen.

De postmoderne mens wisselt gemakkelijk van partij, van kerkgenootschap, van kerk naar wereld (en andersom). Hij doet een eindje mee, zolang het hem uitkomt, en kan vervolgens weer voor jaren of voorgoed verdwijnen. Hij leeft niet met een regulerend ideaal, maar hij experimenteert. Hij leeft niet met grote, maar juist met kleine verhalen: de moeite van de dag, de ontmoeting met die ene mens, die prachtige gedachte; en dat is het dan voor dat moment. Hij is zeer argwanend ten opzichte van grote woorden als ‘zin’ en ‘doel’. Het leven is veeleer voor hem een chaos, zinloosheid. Anders dan bij de moderne mens mag van hem trouwens het woord ‘God’ best weer klinken, als dat woord dan maar niet direct weer wordt aangekleed met allerlei hoogdravende concepten die het leven moeten gaan reguleren. Eerder betekent ‘God’ voor hem een geheim, een ‘leegte’, door geen mens in te vullen. Wie zal immers zeggen wat de waarheid is? De postmoderne mens leeft met vele waarheden naast elkaar. Hij zoekt geen consensus, hij waardeert de verschillen en een dissensus. Alles is vluchtig voor hem, alles in beweging. Ad-hoc-groepen en –belangen spreken hem meer aan dan het vasthouden aan tradities. Hij kan dan ook heel opportunistisch zijn: meer handelend gegeven een situatie dan trouw aan een bepaald principe, meer ‘vlinderend’ dan loyaal, meer in beweging en dynamisch dan statisch.

I.4  De twee gezichten van het postmodernisme
Beide levensgevoelen, modern en postmodern, herkennen we bij onszelf. Zoals gezegd: we koppelen er geen waardeoordeel aan. Dit is ‘gewoon’ de geest van de tijd, en daar ademen we allemaal in.

We willen nu echter nog nader ingaan op het postmodernisme voordat we bekijken hoe we kerk zouden kunnen zijn in deze tijd.

Vanuit modern gezichtspunt gezien worden alle postmoderne levensuitingen negatief beoordeeld. Daardoor heeft over het algemeen de term ‘postmodern’ een negatieve klank. In studies die de laatste jaren verschijnen wordt echter de vraag geopperd of dat terecht is. Men signaleert twee gezichten, twee uitingsvormen van het postmodernisme. De een is inderdaad negatief: het nihilisme. Maar de ander daarentegen ook positief te beoordelen; we noemen die maar: de zoekende mens.

I.5  Het negatieve gezicht: nihilisme
Wie de woorden en begrippen die bij de postmoderne mens horen op zich laat inwerken, is niet verbaasd als hij merkt dat deze mens nergens meer in gelooft, nergens meer in geïnteresseerd is, voor niets meer warm loopt. Zinloos en doelloos gaat hij door het leven. Met het laatste restje modernisme dat nog in hem is, probeert hij alleen het eigen leven te veraangenamen. In een poging temidden van de leegte van het leven nog iets te voelen en te beleven heeft deze mens aandacht voor het extreme, het plezier, nieuwe prikkels van genot of pijn die het bestaan dragelijk tot leuk moeten maken. Maar niets doet er echt toe.Anything goes, alles is goed, alles mag, alles is toegestaan, het doet er niet toe. De kunstenaar, de galeriehouder, de criticus en het publiek scheppen gezamenlijk genoegen in n’ importe quoi, het-geeft-niet-wat. Het zijn (anders dan veel andere postmoderne mensen waarover het straks gaat) mensen met weinig weerstand of kritisch vermogen. Ze laten zich gemakkelijk beïnvloeden. Wie wil, kan gemakkelijk misbruik van hen maken. Producenten storten zich begerig op deze markt om daar rijk van te worden. Met steeds groter wordende advertenties en alsmaar excentriekere tv-reclames dingen ze naar de gunst van deze consumenten. Nuttige maar ook overbodige zaken worden hen aangedrongen onder het motto: je telt niet mee als je dat niet hebt. Het gaat dus in feite niet eens om het product, het gaat om de signaal-functie van het product: een auto wordt niet gekocht als vervoersmiddel, maar om in gezien te worden. Baudrillard: Consumptie is veranderd in een dimensie van status en prestige, van nutteloos zijn stand ophouden tegenover de buren.

De nihilistische mens wordt meegezogen in een wereld van schijn, en creëert voor zichzelf een schijnwereld. Hij ziet het verschil niet meer tussen echt en namaak. Het reële leven lijkt te worden weggeduwd door een ‘overreëel leven’, waarin modellen voor het leven staan: het ideale huis, de ideale seks, de ideale mode, enz. Op televisie en via spelletjes, quizzen en testen wordt het leven gesimuleerd, en men beseft niet meer dat het simulatie is en gaat er serieus op in (bijv. dokters in tv-series die duizenden brieven krijgen met verzoeken om raad). Diepgang is niet bepaald een woord dat thuishoort in deze kring. Oppervlakkigheid is troef. Centraal staat de bevrediging van de eigen verlangens.

Deze postmoderne mens is verstoken van alle zin, zonder echte vreugde, zonder energie, zonder hoop in en voor de wereld.

I.6  Het positieve gezicht: de zoekende mens
Er zijn echter vele postmoderne mensen die uit de hierboven genoemde maalstroom willen blijven. Ze kunnen er wel eens even in mee drijven, maar ze hebben met deze nihilistische wereld verder weinig of niets op. Zij kiezen niet voor kwantiteit, maar voor een kwaliteit van bestaan.

Zij zijn zeker postmodern, in de zin zoals we dat woord hebben omschreven. De ‘grote verhalen’ zijn voor hen failliet. Maar die constatering werkt bij hen als een erkenning van de kleinheid van de mens. Vanuit de erkenning van te hoog gestelde idealen waken zij voor verdere menselijke zelfoverschatting. Veeleer oefenen zij zich in een nieuw soort nederigheid: wie ben ik nu helemaal als enkele mens? Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg. Pas op dat je je eigen normen niet aan anderen opdringt, laat de ander in zijn waarde; meer dan dat: leg je oor te luister bij anderen om van hen te leren. Openheid en ruimte geven staan in deze postmoderne wereld hoog genoteerd. Deze wereld is multicultureel en multireligieus. En ieder mens zoekt in die wereld naar een weg om te gaan.

Deze postmoderne mens zal dus ook niet eens even de wereld hervormen, of het verleden en de tradities overwinnen; verre daarvan (dat zou modern gedachtengoed zijn). Nee, hij legt zijn oor te luister, ook bij het verleden, ook bij de traditie waarin hij zelf is groot geworden. Zonder daarover denigrerend te spreken. Van groot belang zijn voor hem de teksten zoals die in het verleden zijn opgeschreven. Heel het leven komt immers in taal/teksten en beelden naar ons toe. Hij leest die teksten echter niet als oeroude waarheden die wij moeten beamen, want geen mens (dus ook de bijbel niet) is in staat te beschrijven wat waar en werkelijk is. Teksten zijn echter wel interpretaties en als zodanig waardevol: mensen hebben daarin omschreven wat voor hen van belang is. Ze hebben woorden gezocht voor datgene wat toch in feite niet te beschrijven is. Teksten, woorden, letters zijn dus in feite vensters; je kunt daar doorheen zien naar een bedoeld panorama. Elk woord is verwijzend. Het gaat er nu om deze taal en dit leven niet dom over te nemen maar die existentieel en echt in het eigen persoonlijk leven te hernemen. Hij gelooft dus niet in de uitvoering, niet in het verhaal, maar wel in (vele) authentieke uitvoeringen en een menselijk verhaal. Integer wil hij zijn weg gaan, zonder pretenties, zonder autoritair gedrag. Met zijn eigen leven, de invulling die hij aan eigen leven geeft, en met eigen taal kan hij op zijn beurt voor een ander een verwijzing zijn naar hoe leven moet zijn bedoeld. Maar niemand heeft de waarheid of de wijsheid in pacht, niemand heeft de levensstijl waaraan alle anderen zich moeten conformeren. Er wordt gezocht naar een kwaliteit van leven, persoonlijk (niet als partij) waar een uitstraling ten goede van uit moet gaan.

Men is dus wel degelijk op de ander betrokken. Verantwoordelijkheid, gerechtigheid en solidariteit staan hoog in het vaandel. Maar het zijn woorden die altijd weer moeten worden vertaald, in kleine stukjes, in kleine verhalen, in het eigen kleine leven; ze moeten worden gezocht. Ook voor ‘God’ is in deze levens een plaats. Er mag juist weer mysterie zijn. Maar dat blijft dan ook echt mysterie; wie God precies is, wordt niet ingevuld. Want welk mens zou weten wie Hij is? Hij is onkenbaar, of Hij is leegte, zo wordt gezegd; dwz. oninvulbaar, maar niet leeg doch vol van talloze mogelijkheden. En dat Hij er is verplicht de mens iets van het leven te maken, verplicht tot  ethiek. Diverse postmoderne filosofen hebben daardoor grote aandacht voor juist de joodse ethiek en het daarachter liggende joodse denken. Deze ethiek, manier van doen, prefereren zij verre boven de denkbeelden, de dogma’s van de christelijke theologie en kerk.

Of dat allemaal iets oplevert, is voor deze postmoderne mens minder relevant. Hij gelooft niet meer in ‘grote toekomsten’ zoals die zo vaak zijn beloofd. Het gaat hem niet om het uiteindelijke resultaat, het gaat hem om het leven in het moment, hier en nu er zijn voor een ander. Niet wat een daad oplevert is relevant, maar wat in een daad wordt uitgedrukt is van belang: mens zijn met elkaar; wie de ander ook is, van welke cultuur, van welke kleur, van welke religie ook.

I.7. Postmodern geloven
Mensen met een postmodern levensgevoel zijn dus niet per definitie nihilistisch. Integendeel, heel veel postmoderne mensen zoeken een weg ook in geloof. Maar ze voelen zich niet verbonden aan kerkelijke structuren of verplicht aan een bepaalde theologische leer of stroming. Je krijgt ze dus ook niet warm voor zoiets als SOW, want ze zoeken so wie so niet een bepaalde eenheid. Zij leven hun leven samen met anderen, maar juist in diversiteit. Ze geloven niet in duidelijk omschreven grenzen, maar in openheid en ruimte. En zo willen ze ook hun geloof invullen. Zij zijn op zoek naar hun eigen authentieke geloofsbeleving. Hiertoe putten ze dankbaar uit allerlei verschillende tradities; ze hernemen elementen uit hun eigen traditie en geloofsopvoeding, maar nemen even goed heel andere fragmenten uit andere culturen en kerkelijke of godsdienstige tradities daarin op.

Is er nu een manier van kerk-zijn te creëren waarin postmoderne mensen willen deelnemen? Is daar door een kerkenraad beleid op te maken? We herinneren eerst nog eens aan wat Bonhoeffer ooit al gezegd heeft, als zag hij die postmoderne mens al aan de horizon verschijnen. Hij werd vermoord in de grote nacht over Europa. Het is of hij voorvoelt dat christenen in de toekomst nieuwe wegen zullen moeten gaan, wellicht zelfs een nieuwe taal moeten vinden op weg naar authentiek en echt mens-zijn:

‘Wij zelf moeten ons weer bezinnen op de basiselementen van ons kennen. Wat betekenen: verzoening en verlossing, wedergeboorte en Heilige Geest, liefde voor de vijand, kruis en opstanding, leven in Christus en navolging van Christus? Deze begrippen liggen zover van ons af, dat we er bijna niet meer over durven praten. In de overgeleverde woorden en handelingen vermoeden wij iets volkomen nieuws, iets revolutionairs, maar we kunnen het nog niet bevatten of onder woorden brengen. Dat is onze eigen schuld. Onze kerk, die deze jaren alleen gevochten heeft voor zelfbehoud alsof ze een doel was op zich, is niet in staat het verzoenende en verlossende woord te brengen aan de wereld en de mensen. Daarom moeten de oude woorden wel hun kracht verliezen en verstommen. Ons christen-zijn zal in deze tijd bestaan uit slechts twee elementen: bidden en onder de mensen het goede doen. Elk denken en praten en organiseren van christenen moet herboren worden uit dat bidden en dat doen. De gedaante van de kerk zal sterk veranderen. Iedere poging om haar voortijdig weer een machtige organisatie te geven, zal een vertraging betekenen in haar verandering en zuivering. Het is niet aan ons de dag te voorspellen –maar die dag zal komen- dat er weer mensen geroepen worden om zó Gods Woord te spreken dat de wereld er onder verandert en zich vernieuwt. Het zal een nieuwe taal zijn, volkomen a-religieus misschien maar bevrijdend en verlossend als de taal van Jezus; de mensen zullen ontsteld zijn maar zich gewonnen geven aan haar kracht; een taal van een nieuwe rechtvaardigheid en waarheid, een taal die de vrede verkondigt tussen God en de mensen en de nabijheid van zijn Rijk.’

II.  Gemeente-zijn in deze tijd

II.1.  Inleiding: de drieledige kern van gemeente-zijn
In dit tweede deel vragen we ons af hoe we in onze tijd gemeente kunnen zijn. We nemen ons vertrekpunt in een formele definitie die de kern van het gemeente–zijn verwoordt. Daarmee sluiten we aan bij een gangbare definitie. Vervolgens proberen we deze definitie toe te spitsen op wat er in het vorige hoofdstuk is gezegd.

De kern van het gemeente-zijn is drieledig. Het gaat in de kerk om de gemeente en haar relatie met God (1), met elkaar (2) en met de wereld (3). Met andere woorden: in de kerk gaat het om de omgang met God (1), de onderlinge gemeenschap (2) en de dienst aan de wereld (3).

II.2.1.  Nieuwe aandacht voor de Tekst als bron van het gemeente-zijn
In de kerk gaat het allereerst om onze betrokkenheid op God. Zonder het contact met Hem is de gemeenschap los van haar bron en raakt de gemeenschap ontworteld. Door zich te laven aan het water uit haar bron, blijft de kerk een levende gemeenschap. We kunnen denken aan Psalm 1 waar gesproken wordt over de mens die zich verdiept in de wet (de Tora) van de HEER. Hij ‘overpeinst’ die bij dag en bij nacht. Met een opmerkelijk resultaat: “Hij is als een boom, geplant aan waterstromen,  die zijn vrucht geeft op zijn tijd, welks loof niet verwelkt; - al wat hij onderneemt, gelukt”.

Wat is de bron waarin wij wortelen? Die bron vinden we in het Oude en Nieuwe Testament. De Evangeliën, de Brieven, de Handelingen der Apostelen en het boek Openbaring brengen ons in aanraking met het geloof van Jezus. Zijn geloof brengt ons vervolgens in aanraking met de veelkleurigheid van de oudtestamentische traditie: de wet en de profeten, het boek der psalmen en een verscheidenheid aan wijsheidsgeschriften (Tenach). De bron voor het gemeente-zijn zijn dus de teksten van de bijbel.

In hoofdstuk I hebben we geconstateerd dat de (spirituele) postmoderne mens grote waardering heeft voor oude teksten. Die teksten leest hij als vensters op een panorama, als verwijzend naar een onzegbare werkelijkheid. De grootste werkelijkheid waarnaar verwezen kan worden is God zelf, maar Die is dus ook onzegbaarder en minder invulbaar dan wat en wie dan ook. Tegelijk inspireert juist deze Ene (die niet-invulbaar maar tegelijk onuitputtelijk is) tot een veelheid van geleefde waarheden, tot een ethische levensstijl. De joodse levensstijl blijkt daarbij voor de postmoderne mens intrigerend te zijn.

Het eerste wat de kerk van de toekomst zou moeten doen is zich met hernieuwde aandacht  richten op de voor haar heilige Tekst, de Schriften van Oude en Nieuwe Testament. Daarbij moeten we op de volgende elementen letten:

  1. De Hebreeuwse wortels van de Tekst. OT en NT zijn door Joden geschreven en moeten daarom vanuit joods gedachtengoed en vanuit de joodse traditie worden verstaan. Ook Jezus moet verstaan worden uit de joodse traditie; Hij heeft als een Joodse man, Jehoshuah geheten, in overeenstemming met de joodse Tenach geleefd, en het NT wil daarvan getuigen, in die zin dat Hij de Tenach geleefd heeft als geen ander. Als we het Bijbels-Hebreeuwse denken meer tot norm nemen dan het zo gangbare Griekse denken, zal het ons hopelijk bewaren voor (nieuwe) abstracte concepten en ons juist sterken in concretie, aandacht voor concrete gebeurtenissen en het concrete leven, een er-zijn-metterdaad voor elkaar.
  2. Het verwijzend karakter van de Tekst. De woorden en zelfs elke letter van de Tenach zijn als vensters bedoeld, verwijzend naar een werkelijkheid en niet de werkelijkheid zelf. Heschel: ‘Wat gemeten, gewogen of berekend kan worden, kan nauwkeurig onder woorden worden gebracht. Maar beweringen die het wezen van de werkelijkheid beogen weer te geven of het aspect van mysterie en grootsheid, zijn altijd onderwaarderingen; ontoereikendheid is hun onmisbare trek. Wij beschikken dus niet over woorden of symbolen die toereikend zijn om God of het mysterie van het bestaan te beschrijven’. ‘De zekerste manier om openbaring niet te begrijpen is haar letterlijk te nemen, zich voor te stellen dat God de profeet per interlokale telefoon toesprak. Toch raken de meesten van ons op die dwaalweg, omdat we vergeten dat de hoofdzonde bij het denken over de uiteindelijke vragen de letterlijke gezindheid is. De vergissing van de letterlijke gezindheid is de veronderstelling dat dingen en woorden maar één betekenis hebben’.
  3. De onuitsprekelijkheid van de NAAM. De postmoderne idee dat God onkenbaar is, onzegbaar en niet-invulbaar, en tegelijk een onuitputtelijke Bron, spoort geheel met het gegeven dat de NAAM een geheimenis is die alle menselijk denken overstijgt. Wij leven met een mysterie, niet met een wiskundige formule. Laten we dus bescheidener zijn in alles wat wij over God menen te kunnen zeggen. Al ons spreken is een spreken vanuit geloof/vertrouwen. Heschel: ‘God is de grote geheimenis, maar ons geloof in Hem leert ons meer over Hem dan verstand of waarneming kan vatten’.
  4. De vele betekenissen van de Tora. Het christendom poneerde één betekenis, één waarheid waarin allen moesten overeenstemmen. De joodse idee is dat de Tora heeft geklonken in 70 talen (voor alle volken) of in zoveel talen als er mensen zijn; dwz. ieder hoort de Tora op eigen wijze en geeft zijn/haar eigen antwoord. En elk antwoord is even waar, is van evenveel betekenis. Postmoderne voorliefde voor dissensus is dus al met de Tora gegeven.

II.2.2  Het belang van het Hernemen van de tekst.
We hebben gezegd: teksten, woorden, letters zijn in feite vensters; je kunt daar doorheen zien naar een bedoeld panorama. Elk woord is verwijzend. Het gaat er nu om deze taal en dit leven niet dom over te nemen maar die existentieel en echt in het eigen persoonlijk leven te hernemen. Zodat de werkelijkheid waarnaar verwezen wordt als het ware opnieuw zichtbaar wordt in de herneming die in iemands leven zichtbaar wordt. In deze herneming lijken ons vijf punten van belang:

  1. Authenticiteit en integriteit.De herneming hoeft niet origineel te zijn, maar wel authentiek, echt en doorleefd in deze persoon. De taal die wordt gesproken is de eigen taal, de praxis die getoond wordt, is in overeenstemming met het gesprokene. Woord en daad zijn een. Wie zich bijvoorbeeld verdiept in leven en denken van Bonhoeffer of Marquardt wordt getroffen door de betrokken toon in hun theologisch denken. Ze vertellen geen abstracties of mogelijke leermodellen, maar leven zelf ook het door hen geleerde. Bulhof: het gaat om een existentiële eenheid tussen kennis en levenspraxis, tussen boekenwijsheid en levenswijsheid. Marquardt stelt dat iemand die zelf niet gelooft niet aan theologie moet doen. Daarnaast gaat het om integriteit. Bulhof: ‘Verzet tegen onmenselijkheid in de vorm van integriteit is in alle samenlevingen nodig. Het soort mensen dat verzet pleegt door integer en menselijk te zijn (..) valt niet op als typische ‘verzetsmensen’: zij lopen niet met spandoeken voorop en werpen zich niet op als degenen die de waarheid in pacht hebben. Zij manifesteren zich ook niet als groep naar buiten. Zij leven ieder op zijn manier, op zijn eigen plek, in ruimte en tijd van elkaar gescheiden, maar gehoorgevend aan de oproep tot menselijkheid en gemeenschap. Toch: ondanks hun onzichtbaarheid zijn zij voor wie ogen heeft om te zien wel herkenbaar – aan de kwaliteit van hun leven, aan een soort ‘uitstraling ten goede’.’ Voor de postmoderne christen betekent dit dus: geen woorden meer, gesproken of gezongen, die niet sporen met de eigen levenspraxis; een er-zijn ‘ten goede’.
  2. Relativering.Relativisme (ach, wat doet het er eigenlijk allemaal toe) leidt tot nihilisme. Goede relativering (de dingen van het leven zien in relatie tot de Ander/ander) brengt tot leven. Vanuit de betrokkenheid op de Ander/ander ontstaat ootmoed en verschuift de positie van het ‘ik’ naar achteren. Zoals in de Hebreeuwse werkwoordrijtjes het ‘ik’ pas komt na Hij/hij en Gij/jij. Maar juist zo kom ‘ik’ terecht: antwoordend op de Ander/ander. Voor de postmoderne christen betekent dit dus: leven in ootmoed.
  3. Openheid en dissensus.Vanuit het besef van eigen kleinheid, en vanuit de wetenschap van de vele waarheden, is er echte interesse in de ‘hernemingen’ van anderen. In de wetenschap: samen met alle heiligen….. Gezocht wordt naar de echte ontmoeting met die andere mens. Dat wil zeggen dat ook de eigen herneming in dit gesprek wordt ingebracht, zodat het gesprek existentieel gevoerd kan worden. Hierin gaat het er niet om elkaar te overtuigen, maar van elkaar te leren. En ook waar de ander hemelsbreed van mij verschilt, blijft hij ‘beeld van God’ voor mijn aangezicht.Heschel:‘To meet a human being is an opportunity to sense the image of God, the presence of God. According to a rabbinical interpretation, the Lord said to Moses: ‘Wherever you see the trace of man there I stand before you…’ When engaged in a conversation with a person of different religious commitment, if I discover that we disagree in matters sacred to us, does the image of God I face disappear? Does God cease to stand before me?’ Voor de postmoderne christen betekent dit dus: elk ander ontmoeten als iemand door wie je de mogelijkheid ontvangt samen meer mens te worden.
  4. Ethiek.Het hernemen kan niet zonder levenspraxis. Er wordt iets van ons gevraagd. Op ons rust de verplichting het goede te doen. Onze verantwoordelijkheid is het Koninkrijk te zoeken en zijn gerechtigheid. Voor de postmoderne christen betekent dit dus: Bidden en doen (Bonhoeffer)
  5. Utopie.Het kon wel eens wezenlijk bij het messiaanse leven horen dat er geen plaats voor is in deze wereld. Dan nog gaat het erom integer en klein je weg te gaan. Niettemin zijn Jood en christen gegrepen door het visioen van de nieuwe aarde, de messiaanse wereld die komt. Zij leven in geloof dat hun leven om Gods wil zin heeft en zaad is voor een nieuwe toekomst, utopie of niet. Deze hoop stijgt ver boven al het postmodern levensgevoel uit.

II.3.  Leven met elkander: hoe we met elkaar omgaan
In de gemeente van Christus wordt het geloof gebouwd rondom de Tekst, de Schriften. Daar wordt de Schrift hernomen in zang, gebed en prediking. Daar wordt het leven met elkaar geoefend en gevierd. Daar wordt toegerust tot dienst aan de wereld. Vanuit deze bron krijgt de gemeente ook gestalte door de week. Van gemeente-zijn realiseert zich – als het goed is – vooral buiten de erediensten. Vier thema’s lijken van belang in de postmoderne gemeente. 

  1. Mensen van ‘de Weg’
    Eén van de oudste termen voor christenen is ‘mensen van de Weg’. Met ‘de Weg’ werd dan gedoeld op Jezus. Deze term duidt direct de dynamiek aan die er in het christelijk leven zit. Wij volgen iemand. Wij zij op weg. Het opgenomen worden in het Verbond betekent dat we de weg van Abraham en van Christus voortzetten. Ondanks alle ethische verscheidenheid herkennen we elkaar daarin, als ‘mensen van de Weg’, lerend en levend uit en bij de Schriften, woord en daad zijn één.
  2. Christus staat tussen ons in
    Wij hebben elkaar niet uitgekozen. Wij zijn aan elkaar gegeven om Jezus’ wil. Dat wil zeggen: wij ‘hebben’ elkaar niet, maar wij zijn ieder ‘van Christus’. Maar in en via Hem ‘hebben’ we elkaar dan ook echt. Deze wetenschap betekent echter wel dat we beseffen dat ieder ander vrij is, zijn/haar eigen weg met Christus gaat. Het gaat er dus niet om de ander te vormen naar eigen inzicht of beeld. Voor het gemeente-zijn betekent dat tweeërlei:-ruimte en openheid: wij laten de ander de ruimte om een eigen weg met Christus te gaan, ook waar hij van onszelf verschilt in levensstijl; en wij delen eerlijk (de verschillen in) geloofsbeleving in de hoop van elkaar te leren-vieren van elkaars aanwezigheid: wij genieten van het feit dat wij aan elkaar gegeven zijn, en Christus ons gegeven is; sterker: wij beseffen dat wij om Jezus’ wil deel zijn van een gezin, broeders en zusters, en laten de normen van dat gezin prevaleren boven die van bloedbanden
  3. Leerschool en oefenplaats
    De Tekst in ons midden is bron en verwijzing in ons leven. Wij putten uit deze bron, tegelijk beseffen we dat de bron meer is dan wij ervan vernemen, verwijst naar het geheim dat God zelf is. Wij leven met een Mysterie in ons midden. Dit Mysterie vormt ons samenleven, is bepalend voor de onderlinge ontmoeting tussen mensen (binnen en buiten de gemeente) en voor onze persoonlijke levensstijl. Zo oefenen wij met elkaar een leven zoals door God bedoeld is.
  4. Gevecht tegen alles wat het Evangelie bedreigt
    In de postmoderne cultuur
    zet de gemeente vraagtekens bij komt zij op voor
    relativisme betrokkenheid
    abstracte concepten concrete levensstijl
    exclusiviteit zegenen van heel de wereld
    fundamentalisme inclusief denken
    nihilisme verantwoordelijkheid
    new age gevoelens wie lijden in de wereld
    onrecht gerechtigheid
    geweld sjaloom
    uitbuiting en vernietiging de waarde van elk schepsel

II. 4.  Getuigenis in en dienst aan de wereld
De derde kern van het gemeente-zijn heeft te maken met de dienst aan de wereld. Hier geldt wel heel erg ‘last but not least’. Je zou zelfs kunnen stellen dat al het voorafgaande alleen maar voorwaarde scheppend is voor dit doel: als kerk c.q. christenen onze dienst in de wereld vervullen. Bonhoeffer heeft in zijn opleiding van predikanten deze dienst op niet mis te verstane wijze voorop gezet: ‘Het is voor de christen niet van­zelfspre­kend dat hij onder christe­nen mag leven. Jezus Chris­tus zelf leefde temidden van zijn vijanden en tenslotte lieten al zijn disci­pelen Hem in de steek. Aan het kruis was Hij volkomen alleen, omgeven door boosdoeners en spotters. Daar­voor was Hij in de wereld geko­men: om vrede te brengen aan vijan­den van God. Daarom behoort ook de christen niet te verkeren in de veilige be­schutting van het kloos­terle­ven, maar midden onder de vij­anden. Daar heeft zijn taak en zijn werk.’ (uit: Leven met elkander)

Vanuit deze insteek noemt hij dan de ontmoeting van twee of meer christenen een genadegave van God, meer dan waar wij eigenlijk op mochten rekenen. Laat staan dat we met een hele grote groep samen kunnen komen (zoals in de vrijheid van onze maatschappij).

Elke christen heeft zijn/haar individuele taak in de wereld. Zo lang we in de luxe omstandigheden verkeren dat we met meerderen samen kunnen komen, proberen we dit diakonaat ook zo effectief mogelijk te organiseren. Tot heil van mensen in stad en land en wereld. Tot heil van al het geschapene dat we op onze weg vinden. Alles en iedereen heeft zijn eigen intrinsieke waarde, want onze God heeft een band met alles; Hij is ‘everything in anything’.

III.  Hoe vertalen we dit alles in beleid?

Wanneer we onderschrijven wat tot zover aan de orde is gekomen, behoort dat ook zijn weerslag te krijgen in concreet beleid. Zonder volledig te zijn noemen we hier een aantal punten waar de kerkenraad o.i. verantwoordelijkheid heeft te nemen.

III.1.  Rondom de Schriften

  1. Allereerst is er de vraag naar onze relatie tot Israël. We belijden dat we onopgeefbaar met Israël verbonden zijn. Door het geloof in Jezus hebben wij Israëls God leren kennen. Israël is Gods eerste liefde en Israël blijft het tot de jongste dag. De vraag is waaruit onze onopgeefbare verbondenheid met Israël blijkt. Hoe komt dat tot uitdrukking in onze erediensten, onze uitleg van de Schriften, onze levenshouding, onze stellingnames? Wat de Kerk meestal niet verstaan heeft was de syna­goge naast haar. Men zag daarin niet de wortel en de stam, waarop zij zelf rustte, en waaruit al haar levenssappen ontsprongen. De 'wezensvreemde tak' die door Gods genade in de stam werd geënt, maakte zichzelf meester van het hele organisme en waande zichzelf de stam te zijn. Precies waarvoor de Jood Paulus vrees­de. Temidden van de heidenvolkeren, en zelf vrijwel geheel bestaande uit heiden-christenen, waande de Kerk zichzelf Israel te zijn. En zoals er inderdaad 'geen heil is buiten Israel', zo meende de Kerk dat 'buiten háár geen heil' was. Voor geen heiden en voor geen Jood. Door deze stellingname van de Kerk is het de heidenvolkeren niet duide­lijk geworden wat het betekent om 'goy', heiden buiten Israel te zijn, levend zonder de Torah. Veeleer maakte de Kerk iedereen duide­lijk wat het bete­kende 'bui­ten-kerke­lijk' te zijn. In plaats van dat de heidenvolkeren dus geroepen werden met hun daden Israel tot ja­loers­heid te wekken en te doen wat tot vrede zou zijn voor Jeruzalem, het tonen van gemeenschap met Israel (15:26v.!), werden zij tot 'de Kerk' geroepen als laatste doel. De inlijving 'in Sion' stond gelijk met de inlijving 'in de Kerk'. En omdat ook Joden als 'bui­ten-kerke­lijk' gezien werden, stonden zij dus volgens de Kerk buiten het heil en buiten Sion. Dat zij ook nog, zoals men zei, oorzaak waren van de kruis­dood van Jezus, dat in de Bijbel toch immers ge­schreven stond dat zij 'verworpe­nen' waren, gedoemd om over de hele aarde te blijven zwerven, was reden om deze vreemde concur­rent van de Kerk te verketteren en te vergui­zen; en erger.(uit: B. Gijsbertsen, Eerst de Jood en ook de Griek)
  2. Een tweede punt, in zekere zin een toespitsing van een deel van het eerste punt, betreft de verhouding tussen het Oude en Nieuwe Testament. De klassiek christelijke opvatting vinden we onder andere verwoord bij Augustinus die met een gevleugeld woord zei: “Quod in novo patet, in vetere latet” (wat in het Nieuwe Testament geopenbaard is, ligt in het Oude Testament verborgen). Men las het Oude Testament vanuit het Nieuwe Testament en in de bijbel zou het gaan om de beweging van oud naar nieuw. De bekende prediker H.F. Kohlbrugge (1803-1875) sprak echter al van het `zogenaamde Oude Testament’. Hij had moeite met de benaming oud. Wat oud is, is verouderd en nabij de verdwijning. Maar zo is het volgens hem niet: Mozes, de profeten en de Psalmen zijn nog altijd fris, levendig, actueel en Geestdoorademd. K.H.Miskotte sprak met recht over het `tegoed’ van het Oude Testament. We moeten nog verder gaan. Het Oude Testament is een door en door Joods boek dat in eerste instantie bedoeld is voor Joodse lezers. Wij die door onze ontmoeting met de kerk en Jezus Christus het Oude Testament lezen, lezen in een boek dat in eerste instantie voor andere oren is bestemd. Een rabbijn zei eens dat de kerk de substitutieleer pas in zijn geheel heeft overwonnen als de kerk de huidige synagogale uitleg van de bijbel als een rechtmatige uitleg beschouwt, net zo rechtmatig als de christelijke uitleg.
  3. Een derde vraag die opkomt is de vraag naar de verhouding tussen wat wij enerzijds in alle voorlopigheid hebben begrepen van de Schrift en anderzijds in de leer van de kerk zoals die in de belijdenisgeschriften opgeschreven staat, tegenkomen. Het gaat in de kerk om hernemen van de heilige Schrift en niet om de leer. In de leer wordt wat we geloven, doordacht. De leer is een rationalisering van wat we in de Schrift als boodschap gehoord hebben. Als het goed is komt de leer op de tweede plaats en pretendeert de leer niets meer dan een hulpmiddel te zijn. Toch heeft men in het verleden meerdere malen de fout gemaakt (en maken sommigen nog steeds de fout) om geloven gelijk te stellen met het verstandelijk instemmen met wat er in de leer aan waarheden geformuleerd is. Niet zelden vindt er een verwisseling plaats tussen het geloof dat een antwoord is op het luisteren naar de schrift en het geloof als verstandelijk instemmen met de christelijke leer. Dit brengt een rationalisering en veruiterlijking van het geloof met zich mee. Van een stok om mee te gaan wordt de leer een stok om mee te slaan. Ondanks deze bezwaren moeten we in gesprek zijn en blijven met de gelovigen die in de lijn van wat het voorgeslacht heeft beleden, nadenken over het geloof. Zo ontkomen we ondertussen niet aan het onontwijkbare gesprek met de gelovigen die in de oude traditie van de kerk willen blijven staan. Maar het gaat er voor alles om dat we ons voeden aan de bron en de schriften Hernemen.
  4. Het hernemen van de teksten vindt vooral plaats in de kerkdiensten. Daar komen de teksten ter sprake in een liturgische context. De liturgische context zal in dienst moeten staan van het ter sprake brengen van wat in de tekst als woord van God gehoord is. In de dienst ligt het primaat bij de tekst en het in de tekst gehoorde woord. De meest geëigende manier om het woord van God ter sprake te brengen is de preek. Dat neemt niet weg dat het woord ook op een andere manier tot ons kan komen. Bij tijd en wijle kan er ook voor een andere vorm gekozen worden. Hoe dan ook moet het tot spreken brengen van de teksten (of beter gezegd: het tot spreken brengen van wat wij in de tekst na zorgvuldig luisteren gehoord hebben) centraal staan in de dienst. Vragen die wij ons naar aanleiding van het bovenstaande stellen luiden:
    1. In welke liturgische context wij dit het beste kunnen doen? Tot op heden volgen wij doorgaans het oecumenisch leesrooster dat aangeboden wordt door de Raad van Kerken in Nederland. Daarbij houden we ons aan het kerkelijk jaar. De liedbundels waarvan wij vooral gebruik maken zijn het Liedboek voor de Kerken, het Dienstboek (en de delen van Zingend Geloven). In de nevendienst wordt gebruik gemaakt van Kind op Zondag (of Bonnefooi). Zijn er andere wegen te bewandelen?
    2. Wat betekent het voor de stijl van onze diensten dat de NAAM een geheim is, waar omheen ons (geloofs)leven cirkelt, terwijl we tegelijk ruimte willen scheppen voor de authentieke beleving van het geloof aan de diverse gemeenteleden? Kunnen we een brug vinden tussen eerbied én ontspanning, stilte én gesprek; ontmoeting met God en elkaar die de dialogische entiteit van het gemeente-zijn tot uitdrukking brengt?
    3. Wat doen we met het gegeven dat de Joden elke week sabbat vieren en een gedeelte uit de wet lezen? Is het zinvol om met een (waarschijnlijk) kleine groep op vrijdag- of zaterdagavond bij elkaar te komen en daar de teksten te lezen die volgens het synagogale rooster (het eenjarige of driejarige rooster) aan de beurt zijn? Of is het zinvol die op zondagmorgen (na) te laten klinken? En in hoeverre houden wij rekening met de Joodse kalender voor de feesten; welke rol speelt het synagogale jaar naast het kerkelijke?

III.2  Met elkaar

  1. Een andere vraag die opkomt, is de vraag naar de eenheid binnen de verscheidenheid. De bijbel is een bibliotheek die 66 boeken bevat. In de bijbel vinden we een koor aan stemmen. Er is diversiteit en verscheidenheid. Dat geldt ook voor de reacties op de Schrift. Elk gemeentelid geeft zijn/haar eigen antwoord op het Woord. Dit sluit goed aan bij het postmoderne levensgevoel. Maar: moeten we het laten bij de dissensus? Vanuit het ruimte laten voor elkaar kunnen we elkaar aansporen om het geheel in het oog te houden. Het lijkt ons van belang om met elkaar in gesprek te blijven om tot een dialogische identiteit te komen: een overeenstemming die het resultaat is van het voortdurend luisteren naar de Schrift en elkaars interpretatie. Deze overeenstemming kan niet meer dan een voorlopige samenvatting zijn van wat wij in de teksten menen gehoord te hebben. Ten opzichte van het luisteren naar de Schrift komt deze samenvatting op de tweede plaats. Het primaat ligt bij het steeds opnieuw luisteren naar de Schrift. Het samenvatten van wat we op grond van een gezamenlijk luisteren naar de tekst hebben gehoord is een afgeleide activiteit.
  2. In de kerk van Christus wordt het geloof gevoed door het contact houden met de bron: de Schriften. In de kerk van Christus gaan de leden op een bepaalde manier met elkaar om en worden ze op een bepaalde manier gevormd. In deze gemeente zal het ook gaan om de onderlinge gemeenschap. Zonder deze onderlinge gemeenschap blijft de gemeente los zand. In deze postmoderne tijd komen mensen als losse individuen in de kerk. Blijft de gemeenschap los zand? Hoe realiseren wij dat we er voor elkaar zijn op het moment dat het nodig is? Omzien naar elkaar, het er zijn voor de ander, daar gaat het om in het pastoraat; ieder pastor van zijn naaste; blij zijn met de blijden en wenen met de wenenden. Het is goed dat het ook in een georganiseerd verband gedaan wordt, door bezoekers, ouderlingen en diakenen. Maar dit lukt pas goed als het gedragen wordt door de gemeente. Daarbij is de aandacht voor het eigen levensverhaal van groot belang. Dit levensverhaal hoeft niet bijgeschaafd of omgevormd te worden. Ook in het pastoraat blijft er ruimte voor de eerder geconstateerde dissensus. Maar wel: tijd nemen voor elkaar, aandacht schenken aan het levensverhaal van mensen, een tijdje met ze oplopen ter ondersteuning, betrokken zijn (luisterend, biddend, zwijgend, sprekend), daar gaat het om in het pastoraat. Door het pastoraat wordt de gemeente als gemeenschap gebouwd. Waar pastoraat geschiedt, gebiedt de Heer zijn zegen.

III.3 De wereld
De diaken in de kerk lijkt vaak een ondergeschikte positie ten opzichte van predikant en ouderling te hebben. Zouden we dat niet fundamenteel moeten veranderen? Door als gemeente diakonaler te zijn en ook veel meer diakonaat op de kerkenraadsagenda te zetten. Te denken valt aan het gesprek met de (plaatselijke) overheid, initiatieven in de buurt, coördinatie van bestuur in tehuizen, naar buiten treden met heldere statements, benaderen van politieke partijen, een goede public relations aangaande allerlei activiteiten die al gaande zijn (bijv. ‘stille hulp’, hulp aan zieken, kansarmen, asielzoekers, etc. zowel plaatselijk als nationaal en internationaal).

Daarnaast zou veel meer aandacht gegeven kunnen worden aan ethische vragen van deze tijd. Zowel in prediking als in bezoekwerk als ook in kringen zou ethiek regelmatig aan de orde kunnen zijn: een invulling van onze verantwoordelijkheid in de huidige consumptie-maatschappij, een betuiging van solidariteit met hen die niet tellen, in organisaties en bedrijven mensen verbinden met hun ziel/bron, met elkaar, met al wat leeft.

Wijkdiaconie

Inzamelingsactie Open Hof ten bate van de voedselbankDe eerste zondag van juni, juli en augustus regelt de gezamenlijke diaconie Open Hof in samenwerking met de voedselbank een inzamelingsactie. Aangezien de diaconie ons allemaal aangaat, kan en mag iedereen een bijdrage leveren door de nodige producten mee te brengen.De voedselbank zorgt er voor dat mensen, die in grote armoede leven , een voedselpakket krijgen. Het voedselpakket is bedoeld als noodhulp. Het is ook bedoeld als een tijdelijke ondersteuning. Om in aanmerking te komen voor een voedselpakket, moet men aan strikte, landelijk vastgestelde criteria voldoen. Elke 3 maanden wordt er bekeken of de aanvrager intussen in staat is zelf weer alle boodschappen te doen. Het aantal huishoudens, die gebruik maken van de voedselbank, groeit nog steeds. De honderd is al ruim gepasseerd. Dat zijn er dus te veel.Er is met de voedselbank afgesproken welke producten op de zondagen ingezameld kunnen worden, producten waar op dat moment grote behoefte aan is.Iedere kerkganger mag zijn bijdrage voorafgaand aan de ochtenddienst of de avonddienst inleveren in de hal van Open Hof in de daarvoor bestemde kratten.Namens gezamenlijk diaconie Open Hof,

Dini Gosker, dinigosker[at]home.nl

R. (Ronald) Bakker, sectie O5
mw. Jeanet van Bentum,  diaken ZWO.
J.(Johannes) Breukelman,  penningmeester CvD
mw. D.(Dini) Gosker,  voorz. Wijkdiaconie
B. (Berry) Meijberg, b.meijberg[at]home.nl, sectie O3
E. (Erik) Roersma, sectie O6
mw. J. (Janny) Veldkamp, sectie O2

Wijkfonds

De meeste kosten voor het kerkenwerk worden uit de algemene kas betaald; voor speciale wijkactiviteiten wordt een beroep gedaan op het wijkfonds. Uit de algemene middelen ontvangt het wijkfonds jaarlijks een bedrag, ook worden wijkactiviteiten georganiseerd om deze kas aan te vullen. Uit het fonds worden onder meer betaald: de zondagse bloemen in de kerk, koffiedrinken na diensten, vergaderkosten van wijkcommissies, kosten van bijzondere diensten, wijk- en sectiebijeenkomsten.De beheerder van het wijkfonds is de heer Cees Struiksma. Het gironummer van het wijkfonds is 2865045. 



Logo's zijn gemaakt door Web by Step